Cijferreeksen oefenen

Cijferreeksen oefenen

Wanneer je assessment moet doen zul je te maken krijgen met cijferreeksen. Cijferreeksen zijn onderdeel van de capaciteitentest. Jij wilt je natuurlijk goed voorbereiden om een zo hoog mogelijk resultaat te behalen. Cijferreeksen oefenen is een belangrijk onderdeel van je voorbereiding. Cijferreeksen oefenen zorgt ervoor dat je de verstopte logica in de reeksen steeds makkelijker en sneller zal herkennen. Wil jij cijferreeksen oefenen? Lees verder voor voorbeelden, uitleg, tips en oefeningen!

Assessment Oefenen

Cijferreeksen uitleg

Een cijferreeks is, zoals het woord zelf al zegt, een reeks bestaande uit cijfers. De cijfers in een cijferreeks zijn niet willekeurig Cijferreeksen oefenenbepaald. De cijfers volgen elkaar logischerwijs op. Er bestaat dus een verband tussen de cijfers. Bij een cijferreeks is de laatste plek opengelaten, jij moet dit cijfer bepalen. Hiervoor moet je een combinatie van rekenen en logisch redeneren gebruiken.

Een cijferreeks los je op door het juiste getal te ontdekken en deze in te vullen op de openstaande plek. In iedere cijferreeks zit een bepaalde logica verstopt. Deze logica moet jij ontdekken om vervolgens het juiste getal op de open plek in te kunnen vullen. Als je uitgezocht hebt welke handeling er steeds wordt verricht, pas je deze handeling toe op het laatste getal uit de reeks. Op deze manier bereken je het getal dat op de open plek ingevuld moet worden.

Hieronder zullen we je stap voor stap uitleggen hoe je een cijferreeks op moet lossen. We zullen hier uitleggen dat je met verschillende soorten reeksen te maken kunt krijgen en laten zien hoe je deze oplost.

Cijferreeks 1:

3 – 6 – 12 – 24 – ?

Waarschijnlijk zie je hier meteen dat de logica ‘vermenigvuldigen met 2’ is. Je vermenigvuldigt dus het laatste getal weer et 2 om zo tot het juiste antwoord te komen. In dit geval is dat 48.

Cijferreeks 2:

Houd er rekening mee dat er verschillende regels in een cijferreeks kunnen zitten. Dit is het geval bij de wat moeilijkere cijferreeksen. Je zult dan bijvoorbeeld twee berekeningen moeten ontdekken en uitvoeren. We noemen dit een wisselend verband:

4 – 8 – 5 – 10 – 7 – ?

In deze cijferreeks komen twee berekeningen voor.

We zien eerst dat 4 vermenigvuldigd wordt met twee om zo tot het getal 8 te komen.
Vervolgens wordt er drie afgetrokken van 8 en komen we uit op het getal 5.
Het getal 5 wordt weer vermenigvuldigt met twee enzovoorts.
Om het laatste getal te bepalen vermenigvuldigen we 7 met twee. Het juiste antwoord is dus 14.

Cijferreeks 3:

De volgende cijferreeks is wat lastiger. Je kunt deze het beste oplossen door er een kladpapiertje bij te pakken en volgens de onderstaande stap te werk gaan.

0 – 1 – 7 – 17 – 30 – 45 – ?

Probeer achter het getal te komen door bogen te maken. Als je geen kladpapiertje hebt kun je dit ook in je hoofd doen. Door een kladpapiertje te gebruiken maak je het makkelijker voor jezelf.

Cijferreeksen tips

Hieronder volgen enkele tips die je helpen om het optimale uit jouw cijferreeksen test te halen.

Cijferreeksen oefenen
Cijferreeksen oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Hierdoor zorg je ervoor dat je verbanden steeds makkelijker gaat herkennen. Het is belangrijk om cijferreeksen snel op te kunnen lossen. De test is namelijk tijdsgebonden. Binnen een bepaalde tijd moet jij zoveel mogelijk cijferreeksen goed op te zien lossen.

Kijk welke som er wordt gebruikt
Wordt het opeenvolgende getal telkens groter, kleiner of wisselt het? Ga vervolgens na of er wordt opgeteld, afgetrokken, vermenigvuldigd of gedeeld. Als een getal kleiner wordt kan er zowel afgetrokken als gedeeld worden. Een combinatie van meerdere sommen kan ook voorkomen. Dit komt meestal in de wat lastigere cijferreeksen voor.

Kladpapiertje
Bij sommige testen mag je er een kladpapiertje bijhouden, dit is echter niet altijd het geval. Door een kladpapiertje te gebruiken kun je het jezelf een stuk makkelijker maken. Als het je niet lukt om een reeks op te lossen kun je hem over schrijven op een kladpapiertje en stap voor stap opschrijven wat je doet. Tijdens het cijferreeksen oefenen kun je de ene keer de cijferreeks met kladpapier en de andere keer zonder kladpapier oplossen om te kijken wat voor jou het beste werkt.

Kijk naar de antwoorden
Cijferreeksen oplossen is niet altijd even makkelijk, soms kom je er meteen uit en soms lukt het je gewoon niet. Je weet dat er altijd een bepaald logisch verband in de cijferreeks zit. Als je ziet dat de getallen steeds groter worden maar het lukt je niet om het verband te ontdekken, kun je vast naar het antwoord kijken. Alle antwoorden die kleiner zijn dan het laatste cijfer in de cijferreeks kun je dan alvast wegstrepen voor jezelf. De opties van mogelijk goede antwoorden worden dan al kleiner. Kijk alleen naar de antwoorden als je er in eerste instantie zelf niet uitkomt.

Sla de opgave over als je er niet uitkomt.
Het is geen schande als het je niet lukt om iedere opgave te maken. Hoewel je dit natuurlijk wel wilt voorkomen kan het gebeuren dat je hier toch mee te maken krijgt. Wat moet je doen als je er echt niet uitkomt? Sla de opgave over. Ga verder met de volgende opgave. Het heeft geen zin om jezelf blind te staren en vervolgens de helft van de tijd kwijt te zijn aan het oplossen van één opgave. Als je tijd over hebt kun je altijd nog teruggaan.

Vertrouw in jezelf
Natuurlijk kun je er niet vanuit gaan dat alleen vertrouwen in jezelf je zal helpen om ineens alle verbanden snel te gaan zien. Dit werkt in combinatie met de andere tips. Heb je goed geoefend en ben je er tijdens het oefenen achter gekomen dat het je wel lukt? Dan hoef je ondanks de zenuwen en druk die er op je staat niet onzeker te zijn. Dit zal je eindscore namelijk alleen maar verslechteren. Cijferreeksen oefenen zorgt ook voor meer vertrouwen in jezelf!

Assessment Oefenen

Cijferreeksen oefenen

Je kunt hieronder 10 cijferreeksen oefenen. Schrijf je antwoord op en scroll naar beneden voor de juiste antwoorden en uitleg.

1. 5 – 6 – 8 – 11 – ?

A: 13 B: 14 C:15 D:16

2. 3 – 3 – 6 – 9 – ?

A: 12 B: 15 C: 16 D: 19

3. 8 – 6 – 9 – 7 – ?Cijferreeksen oefenen

A: 10 B: 5 C: 12 D: 6

4. 256 – 64 – 16 – 4 – ?

A: 2 B:1 C:8 D: 3

5. 4 – 12 – 36 – 108 – ?

A: 300 B: 312 C: 324 D: 327

6. 7 – 6 – 8 – 5 – 9 – ?

A: 4 B: 6 C: 8 D: 10

7. 232 – 239 – 246 – 253 – ?

A: 272 B: 269 C: 263 D: 260

8. 2 – 6 – 8 – 24 – 26 – ?

A: 27 B: 72 C: 78 D: 82

9. 48 – 96 – 24 – 48 – ?

A: 12 B: 16 C: 20 D: 22

10. 8 – 15 – 9 – 16 – ?

A: 14 B:10 C: 8 D: 18

Antwoorden cijferreeksen oefenen

Het goede antwoord is C. De logica in deze cijferreeks is +1, +2, +3, +4. Om achter het laatste cijfer te komen doen we 11 + 4 = 15.
Het goede antwoord is B. De logica in deze cijferreeks is dat je de 2 cijfers voor het nieuwe cijfer bij elkaar optelt. We beginnen de cijferreeks met 3. Om het volgende getal te bepalen kunnen we nog niet 2 cijfers bij elkaar optellen dus het tweede getal wordt ook 3. Vervolgens doen we 3 +3 = 6. Om daarna het volgende getal te bepalen doen we 6 + 3 = 9. Om het cijfer op de plaats van de vraagteken te bepalen doen we 6 + 9 = 15.
Het goede antwoord is A. In deze cijferreeks is de logica als volgt: -2, +3, -2, +3. Om het laatste getal te bepalen doen we 7 + 3 = 10.
Het goede antwoord is B. In deze cijferreeks delen we telkens door 4. Het laatste getal moet dus ook door 4 worden gedeeld: 4 / 4 = 1.
Het goede antwoord is C. In deze cijferreeks vermenigvuldigen we het getal
steeds met 3, dat is de logica. 108 x 3 = 324.
Het goede antwoord is A. In deze cijferreeks zie je 2 verschillende dingen gebeuren. De eerste twee getallen zijn 7 en 6, Deze zijn niet van elkaar afgeleid. Het volgende getal is 8, deze is van de 7 afgeleid namelijk +1. Het getal dat daarop volgt is 5, deze is van de 6 afgeleid door -1 te doen. Je slaat als het waren telkens een getal over. De cijferreeks was: 7 – 6 – 8 – 5 – 9 – ? De getallen die rood gekleurd zijn vormen een aparte reeks van de zwarte getallen. De logica van de rode getallen is telkens +1. De logica van de zwarte getallen is telkens -1. Het volgende getal is dus 5 – 1 = 4.
Het goede antwoord is D. We trekken telkens 7 bij het getal op om zo het volgende getal te bepalen. 253 + 7 = 260.
Het goede antwoord is C. De verstopte logica in deze cijferreeks is x3, +2, x3, +2, x3. We vermenigvuldigen 26 met 3, 26 x 3 = 78.
Het goede antwoord is A. In deze cijferreeks doen we telkens x2, /4, x2, /4. Om het laatste cijfer te bepalen doen we 48 / 4 = 12.
10 Het goede antwoord is B. We doen hier telkens: +7, -6, +7, -6. Van het laatste cijfer trekken we 6 af om het juiste antwoord te bepalen: 16 – 6 = 10.

Nog meer cijferreeksen oefenen?

Cijferreeksen maken vaak deel uit van een echte IQ test of een assessment. Wil je nog meer cijferreeksen oefenen? Doe dan de assessment training. Met de assessment training kun je tegen een vergoeding levenslang veel gebruikte onderdelen van een IQ test onbeperkt oefenen en zorg je er voor dat je beter presteert op een assessment en hoger zult scoren op een IQ test.

Assessment Oefenen